Na al je harde werk om je film te maken, wil je natuurlijk dat zo veel mogelijk mensen hem zien. Maar hoe krijg je je film onder de aandacht? Op een donkere decemberavond organiseerde de Tilburgse Studio Nova in filmhuis Cinecitta de masterclass ‘Help, mijn film is af!’. Vier ervaren professionals uit de wereld van distributie, marketing, sales en festivalprogrammering vertelden deze avond alles wat ze maar konden vertellen over hoe je film in leven houdt ná de première.

Had je op 18 december een verlate pakjesavond, of zat je al in de voorbereidingen van het kerstdiner? Samen met Studio Nova delen we alsnog de beste tips en tricks van deze avond met je. Elke week lichten we een van de vier professionals uit. Vorige week las je het artikel over Claire van Daal, programmeur van het Nederlands Film Festival. Ditmaal: Wouter Jansen, oprichter festivalstrategie- en distributiebedrijf Some Shorts. Tegen het einde van maart kijken we naar Noortje van de Sande (eigenaar Herrie Film) en we eindigen de reeks met sales agent Sydney Neter.

Wouter Jansen, oprichter Some Shorts

Wouter Jansen was hoofd programmering bij het “Oscar Qualifying” Go Short filmfestival in Nijmegen gedurende de eerste 10 edities.  In 2013 startte hij het festivalstrategie- en distributiebedrijf Some Shorts dat gespecialiseerd is in visueel sterke en uitdagende korte films binnen alle genres en in lange documentaires. Met Some Shorts probeert Wouter opkomende getalenteerde filmmakers te ondersteunen en hun films internationaal te promoten. Dit heeft geresulteerd in een kleine catalogus van films die op prestigieuze festivals in première ging en die over de jaren heen meerdere prijzen wonnen zoals de Academy Awards, de European Film Award en grote prijzen op Cannes, Berlijn, Locarno en Clermont-Ferrand. 

Wouter Jansen, oprichter Some Shorts

De korte film

Wouter Jansen merkte dat er bij filmmakers, zeker bij korte films, een hiaat zat wat betreft kennis als de film af was. Wat moet ik er mee? Wouter reisde steeds meer naar internationale filmfestivals in het buitenland. Hij vond het opvallend dat hij de korte films uit Nederland die van hoge kwaliteit waren, zoals NTR Kort, op deze festivals nooit terugzag. Hier gaat iets mis, dacht hij. 

Korte films zijn moeilijk, het is een ding an sich. Je kunt je het beste vooral op de filmfestivals richten. Die zijn er heel veel, zeker in korte film. Er zijn op dit moment 8000 filmfestivals in de hele wereld. Het is lastig hieruit te kiezen. Richt je minder op de filmtheaters. Voor programmeurs is het namelijk al moeilijk genoeg om op de hoogte te blijven wat betreft featurefilms. En als je daar wel terecht wil komen: denk creatief. Binnen een eventformat is er voor korte film in filmtheaters vaak meer mogelijk. Goede voorbeelden zijn Breng de Voorfilm terug van Go Short waarbij filmtheaters een korte film aangeboden krijgt per maand, de Europese dag van de korte film waar een aantal filmhuizen aan meedoen of een paar academiefilms die samen als blokje aangeboden wordt. 

Je moet je er bewust van zijn dat als je een bepaalde keuze maakt, dat dat consequenties heeft. Bepaalde keuzes hebben namelijk bepaalde beperkingen. Een muziekvideo kan een korte film zijn, maar muziek is leidend dus het zal nooit geprogrammeerd als korte film. Als je film tussen film en kunst inzit, moet je soms wat creatiever nadenken. Als je werk zich op grensvlakken bevindt, val je namelijk soms buiten de boot. Het is aan te raden om bijvoorbeeld een mail naar een festival te sturen; ik heb dit project, wat is daar mee mogelijk? Verder heb je binnen Nederland het LIMA, zij richten zich specifiek op dit soort projecten en hebben contacten met galeries en musea. Een curator programmeert namelijk vaak twee jaar vantevoren. Als filmmaker zelf is het moeilijk om daartussen te komen, het is beter als je onderdeel bent van catalogus. Denk ook aan EYE experimenteel. Als je bewust voor iets kiest, ga er dan vol voor. Het kan uiteindelijk ook je voordeel zijn. 

Denk er over na wat je wil je bereiken met je film. Wil je met je film naar het IFFR, Sundance en Berlinale? Als je zo hoog wil mikken, dan moeten die mensen horen dat deze film er aan komt. Vooral voor featurefilms zit de programmering van de grote internationale filmfestivals al voor zo’n 80 procent vol met films die zij vanaf een vroeg stadium aan het trekken zijn. Als je film dus dit najaar af is, dan is dit het moment om na te denken over waar je op wil mikken. Wanneer heb je al een versie die je al kan laten zien? Dan kun je het eventueel al eerder laten zien. 

Online kan je veel meer doen dan alleen maar YouTube. Op YouTube valt geld te verdienen, dat is interessant voor een label. Maar op Vimeo kun je bijvoorbeeld een Staff Pick krijgen, wat weer voor de maker interessant is. Op papier is het niet zo’n probleem als je film al te zien is geweest op Facebook op YouTube. Bij veel succes online kan het voor een festivals soms wel een probleem zijn; het is dan een minpunt om een film een platform te geven ten opzichte van een andere film. Maar soms kan het juist ook wat teweegbrengen. Je film zomaar online zetten als je geen grote following hebt: dan kun je beter even wachten en mikken op festivals. Loopt dat niet, dan kun je het altijd nog online zetten. Festivals kunnen wel versterken wat je online doet. Maar als je online werkt, kan het ook een overweging zijn daarvoor te gaan. 

Wouter ziet dat veel mensen vanuit een korte film een feature mogen maken. Dat is niet zo bedoeld, maar een korte film werkt soms wel als een proof of concept. Dan heb je een volwaardige film die tegelijkertijd als een pilot kan werken. Bij pitches zie je dat er soms een pilot is gemaakt, maar dan wordt er eigenlijk gewoon gewerkt aan een featurefilm. Een pilot is vooral voor tv. 

Werkwijze van Some Shorts

Some Shorts heeft een klein portfolio. Per jaar representeert het bedrijf, dat enkel uit Wouter bestaat, vijftien korte films en zes lange documentaires. 

Wouter heeft de afgelopen jaren heel veel gezien. Hij weet inmiddels welke films het goed doen op festivals. Alleen wanneer hij een goed en zeker gevoel heeft bij een film, weet hij dat hij er iets mee kan bereiken. Je leert kijken vanuit het publiek. Comedy’s vindt hij echter lastig, hij vindt het vaak niet grappig. Maar hij kan wel inschatten wat goed werkt en wat potentie heeft. Dat leer je als programmeur. Bij twijfel zet hij soms ook anderen in voor een extra blik.

Het aanbod is groot. Wouter krijgt gemiddeld twee films per dag opgestuurd. Veel komt zo binnen en de kwaliteit is niet altijd goed. Dit jaar is hij gaan werken met twee films die op die manier zijn binnengekomen. De meeste films waarmee hij werkt benaderen hem echter vaak op een andere manier; via-via of dat hij de maker heeft ontmoet op festival of al een eerdere film van iemand heeft gezien. 

Idealiter benadert iemand Wouter in een vroeg stadium. Bij korte film gaat het dan meestal om een rough cut of om een versie net voordat het post-proces is ingegaan, voordat het gelockt is. Op dat moment kan hij al zeggen: ik zie hier wat in. Eventueel kan hij dan nog wachten op een volgende versie als bijvoorbeeld het sound design nog heel belangrijk wordt. Twee maanden na de première is een film al te oud voor Wouter. Voor festivals heb je ongeveer anderhalf jaar om in te sturen. Voor nichefestivals, zoals human rights festivals, heb je soms nog wat langer, maar kun je niet meer insturen voor op grote festivals. Start dus op tijd. 

Samen met de makers wordt bedacht wat het beste traject is voor die film. Wouter richt zich heel erg op filmfestivals. De vraag is dan: wanneer is het af? Op basis daarvan richt je je op bepaalde festivals. Wouter probeert dan vast bij de programmeurs van die festivals in contact te komen en aan te geven dat iets er aan komt wat bij dat festival past. Dat is de strategie bij korte film. Bij een feature-film blijf je het gehele traject lang constant die overweging maken, omdat elk festival de eerste in het land wil zijn. Festivals zijn strategisch en willen vooral de wereldpremière of internationale première. Bij korte film komt dat minder nauw. Daarna neemt Wouter het werk uit handen en zorgt hij voor het insturen en voor het verzenden van de kopie. 

Programmeurs willen graag nieuwe makers ontdekken, namen die ze nog niet kennen. Het voordeel van werken met Some Shorts is dat de film meteen bij de juiste persoon terechtkomt en dat Wouter soms iets eerder iets weet. Een extra voet tussen de deur bij met name de grote festivals is handig. 

 

Het is belangrijk dat je de juiste strategie kiest. Wouter gaat hier net wat eerder over nadenken. Hij kan je ook aangeven wat je niet kan doen. Heel veel makers willen insturen voor een selectie voor het IDFA en het IFFR. Soms is dat gewoon niet mogelijk, maar je betaalt wel geld voor deze inschrijven. Dan heb je dus meteen 50 euro weggegooid. Hier probeert hij efficiënter in zijn. Of bijvoorbeeld: een maker wil insturen voor sectie op het Berlijn filmfestival, maar de film heeft al gedraaid op een festival in een ander land. De Berlinale wil altijd de eerste in buitenland zijn. Wouter probeert makers te begeleiden in dat proces. Zo geeft hij ook gastcollege op de Filmacademie en de HKU. 

Voor inzet van Some Shorts hoef je geen geld te hebben: als Wouter het een te gekke film vindt, doe hij het gratis. Met het risico dat als de film niets ga winnen, hij ook niets krijg. Soms wil hij gewoon dat mensen de film willen gaan zien. Normaliter vraagt Wouter tussen de 1000 en 1500 euro. Dan neemt hij al je werk uit handen voor 1,5 jaar. Dat kan betekenen dat je film veel draait, maar dat je er niks aan over houdt omdat je niks wint. Met korte film kun je bijna geen geld verdienen. Sommige makers winnen echter voor 30-40.000 euro aan prijzen. Hiermee kunnen ze dan hun volgende project bijna geheel financieren. Voor de featurefilm is het anders: mensen betalen om je films te mogen vertonen. Bij fictiefilm kan het richting de 1000 euro gaan voor een filmfestivalvertoning. Je kunt dus wat verdienen om op festivals te mogen draaien. Dat is nog los van distributiedeal in landen, want dan ga je echt goed verdienen. De kans dat jij zo’n film hebt, is echter heel klein. 

Als je potje van grofweg 300 à 400 euro opzij zet, kun je een leuke ronde van festivals gaan doen. Het verandert wel heel snel: het Nederlands Film Festival is bijna het enige festival in Nederland dat geen entry fee vraagt. Vrijwel alle festivals vragen een kleine bijdrage, waardoor het al vrij snel aantikt. 

Wouter stuurt films alleen naar kwalitatieve festivals, dat wil zeggen: festivals met programmeurs en waar je geld kan winnen, en minder naar de mindere festivals die me niets zeggen voor simpelweg vertoning. Sommige mensen zeggen: stuur m’n film naar festivals waar ik ook heen kan. Het doet wat met hoe er over je als filmmaker wordt geschreven. Ook haal je er totaal andere contacten uit. Als je gewoon op 50 wat mindere festivals gedraaid wil worden, kan dat ook. Je krijgt dan wel aandacht.

Een succesvol voorbeeld uit het portfolio van Some Shorts is de korte documentaire All inclusive. Deze film had geen dialoog (dus: makkelijk internationaal weg te zetten), 10 minuten (dus: niet te lang) en grappig (dus: uniek, want binnen documentaire heb je dat niet zoveel). Deze film doet het internationaal ontzettend goed.  Alle grote festivals hebben ‘m gedraaid, zoals Toronto, IDFA en Sundance, en de film is geselecteerd voor het Locarno filmfestival en kreeg een wereldpremière op het Venetie filmfestival. Dat is nou zo’n film waarbij alles goed is gegaan. Maar het is geen gouden formule, soms gebeurt het omgekeerde. 

KONKAV KAST met Wouter Jansen

Eerder spraken we al eens uitgebreid met Wouter Jansen in onze podcast. Wat is de ideale lengte van een korte film, hoe kun je er geld mee verdienen en hoe krijg je korte films vertoond op festivals? Luister 'm hier terug: 

Studio Nova

Bij Stichting Film & Animatie Studio Nova in Tilburg werken specialisten uit verschillende disciplines binnen de film- en animatiesector aan zowel opdrachtwerk als vrije producties. Studio Nova verhuurt werkplekken en maakt het voor makers mogelijk om hun kennis en netwerk met elkaar te delen. In Tilburg werkt de studio samen met een aantal partijen: Pop-up Cinema, Stichting Kwaliteitsfilm en filmhuis Cinecitta en de gemeente Tilburg. Dit met als doel de lokale sector te versterken en een platform te bieden voor regionale makers.

Afgelopen jaar deed Studio Nova onderzoek onder regionale filmmakers en zocht hierbij vooral naar de hiaten. Wat mist er in kennis? Waar kunnen wij als Studio Nova in bijdragen? Wat bleek: met name op het gebied van marketing, distributie en publiciteit valt er nog wel wat te winnen. Daarnaast blijkt er onder makers veel behoefte om onderling kennis en ervaringen uit te wisselen.  De masterclass ‘Help, mijn film is af!’ op  18 december is een eerste antwoord hierop.  Komend jaar staan er wederom twee masterclasses op de planning. Houd de website van Studio Nova in de gaten voor meer informatie.

bekijk het profiel van Studio Nova

Janneke van Laar

Kunstloc Brabant